-Maart-
Derde
yfu-reis en als steeds weer even demax! Een tocht door
de Sierra, de bergen.
We vertrokken met de “Riobamba-people” een dag vroeger naar Quito, alweer met de bedoeling nog wat te gaan bezoeken, maar alweer kwam dat er niet van. We vonden een hotel waar we een kamer van drie personen deelden met vijf, en in plaats van 10 dollar elk maar 8 dollar betaalden, waarna de slaperige receptionist zwaar op zijn kop kreeg van de eigenaarster, maar dat was ons probleem niet. Alles om kosten te besparen.
We aten heerlijke sushi als middagmaal en legden daarna onze alcoholvoorraad aan voor de nacht. We maakten er een leuke avond van in het hotel en na wat drankspelletjes en groepsgezang (kattenvals en elk in eigen taal), gingen we iets drinken in een vuile waterpijpbar. Verder spendeerden we onze tijd in de discotheek, waar we drie gekke Engelsmannen tegenkwamen en toen de bar om 3u zijn deuren sloot bleven we met hen staan kletsen, verwarmd door het vuurtje waarmee de indiaanse kaugumverkoopster haar vuilnis verbrandde op straat. Terug in het hotel hadden we nog even de slappe lach met Janko die probeerde te onderhandelen met een travistietenhoer (maar uiteindelijk toch maar niet op zijn/haar aanbod inging), waarna we allen tevreden gingen slapen.
We vertrokken met de “Riobamba-people” een dag vroeger naar Quito, alweer met de bedoeling nog wat te gaan bezoeken, maar alweer kwam dat er niet van. We vonden een hotel waar we een kamer van drie personen deelden met vijf, en in plaats van 10 dollar elk maar 8 dollar betaalden, waarna de slaperige receptionist zwaar op zijn kop kreeg van de eigenaarster, maar dat was ons probleem niet. Alles om kosten te besparen.
We aten heerlijke sushi als middagmaal en legden daarna onze alcoholvoorraad aan voor de nacht. We maakten er een leuke avond van in het hotel en na wat drankspelletjes en groepsgezang (kattenvals en elk in eigen taal), gingen we iets drinken in een vuile waterpijpbar. Verder spendeerden we onze tijd in de discotheek, waar we drie gekke Engelsmannen tegenkwamen en toen de bar om 3u zijn deuren sloot bleven we met hen staan kletsen, verwarmd door het vuurtje waarmee de indiaanse kaugumverkoopster haar vuilnis verbrandde op straat. Terug in het hotel hadden we nog even de slappe lach met Janko die probeerde te onderhandelen met een travistietenhoer (maar uiteindelijk toch maar niet op zijn/haar aanbod inging), waarna we allen tevreden gingen slapen.
Zondag
begonnen ook de anderen in Quito toe te komen. We veranderden ons hotel en
namen samen een ontbijt van smoothies en subwaybroodjes. Daarna bezochten we
het Guayasaminmuseum. Toch nog. We keken een moment geboeid rond en haalden dan
onze kaarten tevoorschijn voor een spelletje president tussen de schilderijen
van de populairste schilder in Ecuador. Dat hoorde er nu eenmaal bij. We
ontdekten de museumtuin met een (waarschijnlijk privé) zwembad dat er zodanig
aanlokkelijk uitzag dat ik er maar met kleren en al ingedoken ben. Ik werd al
snel gevolgd door Janko, Tuomo en Ellen. Het was super!
Na het weerzien van de anderen vertrokken we tegen de avond naar de ons allen bekende pizzaria.
Deze keer trok ik het niet tot een gat in de nacht maar rustte uit voor de reis die de volgende dag van start zou gaan.
Na het weerzien van de anderen vertrokken we tegen de avond naar de ons allen bekende pizzaria.
Deze keer trok ik het niet tot een gat in de nacht maar rustte uit voor de reis die de volgende dag van start zou gaan.
Maandagochtend bezochten we “La Mitad del
Mundo”, de evenaar. De valse en de echte. De Fransen hadden in het verleden blijkbaar
iets fout berekend en een groot monument gebouwd op de verkeerde plaats.
In het echte midden van de wereld houden ze het wat bescheidener. Een etnisch museum en enkele leuke proefjes om te doen. Wist je dat het draaikolkje in de lavavo aan beide kanten van de evenaar in verschillende richtigen stroomt en op de evenaar zelf recht naar beneden loopt? Dat je er, met wat geduld, een ei kunt rechtzetten op een nagel? Dat je weerstand er zwakker is en het moeilijk is om op een rechte lijn te lopen?
‘s Middags aten we in het historisch centrum van Quito. We bezochten een vanbinnen volledig met goud gedecoreerde kerk, het bekendste plein in Quito en het staatspaleis. Ja, Anne en ik hebben zelfs bijna de president gezien!
Daarna reden we naar ‘El Teleférico’, een eitjeslift die je naar een berg brengt vanwaar je een mooi uitzicht krijgt over de hoofdstad. Wat is Quito groot! We maakten er een wandeling en de frisse lucht deed me goed. We speelden nog een spelletje president in de eitjeslift en keerden naar het hotel terug. We praatten nog wat na maar ik viel alweer vlug in slaap.
In het echte midden van de wereld houden ze het wat bescheidener. Een etnisch museum en enkele leuke proefjes om te doen. Wist je dat het draaikolkje in de lavavo aan beide kanten van de evenaar in verschillende richtigen stroomt en op de evenaar zelf recht naar beneden loopt? Dat je er, met wat geduld, een ei kunt rechtzetten op een nagel? Dat je weerstand er zwakker is en het moeilijk is om op een rechte lijn te lopen?
‘s Middags aten we in het historisch centrum van Quito. We bezochten een vanbinnen volledig met goud gedecoreerde kerk, het bekendste plein in Quito en het staatspaleis. Ja, Anne en ik hebben zelfs bijna de president gezien!
Daarna reden we naar ‘El Teleférico’, een eitjeslift die je naar een berg brengt vanwaar je een mooi uitzicht krijgt over de hoofdstad. Wat is Quito groot! We maakten er een wandeling en de frisse lucht deed me goed. We speelden nog een spelletje president in de eitjeslift en keerden naar het hotel terug. We praatten nog wat na maar ik viel alweer vlug in slaap.
Dinsdag
bracht de bus ons naar Otavalo. De indiaanse markt waar iedereen naar
uitgekeken had. We hadden maar een enkel doel, waardoor ik niet echt op de stad
zelf gelet heb, maar het leek me niet echt veel te verschillen van de andere
steden in de bergen. De markt zelf had echter genoeg om je ogen uit te kijken.
Gevulde portefeuilles kwamen leeg terug en de bus werd volgepropt met wollen
truien, poncho’s, sokken, sjalen, mutsen, dekens en nog veel meer souvenirs. Het volgende dorp
stond bekend om het leer, maar de meesten konden zich niet veel meer
permitteren en we bleven er niet lang.
De tocht ging voort en bracht ons naar een prachtig meer, in de krater van een vulkaan. Quicocha. Het helderblauwe water, de eilandjes in het midden, de besneeuwde bergtop in de verte… Het vormde de perfecte achtergrond voor onze camera’s. Daar kreeg ik echter al snel genoeg van en ging dus wandelen langs de bergflanken om met mijn eigen ogen van de natuurlijke schoonheid te genieten.
De dag eindigde nogmaals in Quito. We aten in het historisch centrum, trokken lamapictures en zwierven nog wat rond over de verlaten pleinen onder de nachtelijke sterrenhemel.
De tocht ging voort en bracht ons naar een prachtig meer, in de krater van een vulkaan. Quicocha. Het helderblauwe water, de eilandjes in het midden, de besneeuwde bergtop in de verte… Het vormde de perfecte achtergrond voor onze camera’s. Daar kreeg ik echter al snel genoeg van en ging dus wandelen langs de bergflanken om met mijn eigen ogen van de natuurlijke schoonheid te genieten.
De dag eindigde nogmaals in Quito. We aten in het historisch centrum, trokken lamapictures en zwierven nog wat rond over de verlaten pleinen onder de nachtelijke sterrenhemel.
Woensdag
werden we voorbereid op een zware dag. De beklimming van een van de hoogste actieve
vulkanen ter wereld. El Cotopaxi 5.897 m
hoog. Wij gingen tot 4810 m hoog. Het was een redelijk zware, maar leuke klim.
Tuomo en ik bereikten met onze wonderponcho’s als eersten de bestemming, maar werden al snel gevolgd door
genoeg mensen voor een spelletje president. We kaartten en dronken thee in
afwachting van de rest. Maar we moesten en zouden de sneeuw aanraken en trokken
uiteindelijk met een klein groepje ongeveer 100 meter verder, tot we ons met
een gelukkige zucht in het witte ijs lieten zakken. We maakten er zelfs een
sneeuwmannetje!
De steile afdaling ging sneller. Er gingen echter velen onderuit en een enkeling maakte een rolletje in het zwarte stof, maar iedereen kwam min of meer heelhuids beneden.
Er volgde nog een busrit door het prachtige natuurpark met zijn groene bergen en wilde paarden, tot we de uitgang bereikten en verder reden naar Ambato. Daar aangekomen kregen we een kleine rondleiding door het centrum, aten een goed stuk vlees en kregen nog even vrij voor een pintje in het café.
De steile afdaling ging sneller. Er gingen echter velen onderuit en een enkeling maakte een rolletje in het zwarte stof, maar iedereen kwam min of meer heelhuids beneden.
Er volgde nog een busrit door het prachtige natuurpark met zijn groene bergen en wilde paarden, tot we de uitgang bereikten en verder reden naar Ambato. Daar aangekomen kregen we een kleine rondleiding door het centrum, aten een goed stuk vlees en kregen nog even vrij voor een pintje in het café.
Donderdag
wachtte een tweede klim ons op. El Chimborazo, the greatest. 6310m hoog en het dichtste punt bij de zon op aarde. De bus reed ons door de ongedeerde bergen waar de vicuñas vrolijk rondhuppelden, tot aan de voet van de
dode vulkaan. We
klommen 5000 m hoog en na wat uitgerust te hebben trok ik op m’n eentje nog een
stukje verder. De sneeuw in, de berg op. Een vlaagje heimwee naar Les Deux
Alpes en Val Thorans scheerde langs mijn hart. Maar ach, wat is Ecuador mooi!
Mijn vrienden werden steeds kleiner en ik genoot. Toen ik ze uiteindelijk hoorde schreeuwen dat we terug moesten keren toverde ik mijn jas om tot een geïmproviseerde slee en gleed in twee heerlijke minuten naar beneden. Mijn door de hoogte wat aangetaste hoofd bonsde nog na en in de bus overviel me plots een ondenkbare vermoeidheid, maar na een goeie douche en door de opgewondenheid de andere uitwisselingsstudenten mijn stad te laten zien kwam ik er weer door.
Riobamba, mijn Ecuadoriaanse thuisstad. Ik was om een of andere redden blij om La Avenida, de 10 de Agosto straat, de Happy Pollo restauranten , Cono Pizza, Giralda Plaza enzovoort, terug te zien. Riobamba door de ogen van een toerist. Ik heb er van geleerd.
‘s Avonds hielden we een preparty in de hotelkamer en vertrokken daarna met de hele groep naar de discotheek. Billy en de klimvrienden waren ook afgekomen, maar dat kon geen belemmering zijn voor het spastische gejump met mijn gringo-vrienden. Het was een leuke avond.
Mijn vrienden werden steeds kleiner en ik genoot. Toen ik ze uiteindelijk hoorde schreeuwen dat we terug moesten keren toverde ik mijn jas om tot een geïmproviseerde slee en gleed in twee heerlijke minuten naar beneden. Mijn door de hoogte wat aangetaste hoofd bonsde nog na en in de bus overviel me plots een ondenkbare vermoeidheid, maar na een goeie douche en door de opgewondenheid de andere uitwisselingsstudenten mijn stad te laten zien kwam ik er weer door.
Riobamba, mijn Ecuadoriaanse thuisstad. Ik was om een of andere redden blij om La Avenida, de 10 de Agosto straat, de Happy Pollo restauranten , Cono Pizza, Giralda Plaza enzovoort, terug te zien. Riobamba door de ogen van een toerist. Ik heb er van geleerd.
‘s Avonds hielden we een preparty in de hotelkamer en vertrokken daarna met de hele groep naar de discotheek. Billy en de klimvrienden waren ook afgekomen, maar dat kon geen belemmering zijn voor het spastische gejump met mijn gringo-vrienden. Het was een leuke avond.
Vrijdag
moesten we alweer vroeg uit de veren. De volgende stop: Alausi. Een klein
stadje, of een groot dorp, zoals je het zelf wilt noemen, waar de indianen er
nog kleurrijker uitzien dan die in Riobamba. Ons doel was ‘El Narriz del
Diablo’ of de Duivelsneus. In een ouderwetse houten trein redden we langs de
flanken van de bergen en passeerden zoo ok het fameuze stuk waar de ferrocarril
zigzaggend de stijle helling afkomt. We hielden halt in het volgende station,
aten een sandwish en kregen daarna wat vrije tijd. Met veel fantasie kon je je
een neus inbeelden in de berg die voor ons lag. Er was een historisch
museumpje, en enkele indianen hadden een dansje voor de hopen toeristen
ingestudeerd.
In de namiddag stond Inca Pirca op het programma. De Cañari- en Incaruïnes waar ik al eens eerder was geweest. Deze keer werden we vergezeld door een horde lama’s.
Uiteindelijk kwamen we toe in Cuenca, eindbestemming. We aten ere en heerlijke biefstuk. Wat had ik dat gemist! Ik viel om 21u in slaap.
In de namiddag stond Inca Pirca op het programma. De Cañari- en Incaruïnes waar ik al eens eerder was geweest. Deze keer werden we vergezeld door een horde lama’s.
Uiteindelijk kwamen we toe in Cuenca, eindbestemming. We aten ere en heerlijke biefstuk. Wat had ik dat gemist! Ik viel om 21u in slaap.
Zaterdag.
We deden het wat rustiger aan op onze laatste dag. We bezochten een
Panamaheatfabriek, hoeden die door het lot en door de geschiedenis de verkeerde
naam gekregen hebben en wel degelijk uit Ecuador afkomstig zijn. Er waren
hoeden van meer dan 1000 dollar te vinden. We konden uittesten hoe het voelde
om zoveel geld op je hoofd te hebben en… ik heb de oude hoed van de enige echte
Jonnhy Dep aangeraakt! Wauw!
‘s Middags aten we één van de lekkerste vissen die ik in lange tijd gegeten had. Als vuilbak van de bende vond ik het jammer dat de rest er net zo over dacht, maar likte toch wel enkele borden leeg.
In de namiddag bezochten we enkele kerken en kregen een moment vrije tijd in de mooie stad. Met een beetje geluk kom ik zelfs in de Ecuadoriaanse cinema’s, want we werden op straat plots gevraagd mee te spelen in een filmscene. Dus jullie weten het, als je een blonde ziet in een of andere Ecuadoriaanse film, dat ben ik!
‘s Avonds gingen we met de hele bende iets drinken in de waterpijpbar en toen de nacht viel verplaatsten we ons naar de discotheek. Ik danste met Tuomo de straightfacedans maar deed duidelijk aan hem onder en moest uiteindelijk duppelgeplooid van het lachen vluchten voor dat Finse gezicht. Deze keer maakte ik weld eel uit van de afterparty en we kletsten, dronken en speelden ‘truth or dare’ tot in de vroege uurtjes.
‘s Middags aten we één van de lekkerste vissen die ik in lange tijd gegeten had. Als vuilbak van de bende vond ik het jammer dat de rest er net zo over dacht, maar likte toch wel enkele borden leeg.
In de namiddag bezochten we enkele kerken en kregen een moment vrije tijd in de mooie stad. Met een beetje geluk kom ik zelfs in de Ecuadoriaanse cinema’s, want we werden op straat plots gevraagd mee te spelen in een filmscene. Dus jullie weten het, als je een blonde ziet in een of andere Ecuadoriaanse film, dat ben ik!
‘s Avonds gingen we met de hele bende iets drinken in de waterpijpbar en toen de nacht viel verplaatsten we ons naar de discotheek. Ik danste met Tuomo de straightfacedans maar deed duidelijk aan hem onder en moest uiteindelijk duppelgeplooid van het lachen vluchten voor dat Finse gezicht. Deze keer maakte ik weld eel uit van de afterparty en we kletsten, dronken en speelden ‘truth or dare’ tot in de vroege uurtjes.
Zondag
splitste de bende. Cuencapeople bleef in Cuenca, Machalapeople zou daar de bus
nemen, wij werden gedropt in Riobamba en de rest reed door naar Quito.
Einde van de ‘Ruta de los Volcanes’.
Einde van de ‘Ruta de los Volcanes’.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten