donderdag 7 juni 2012

La Ruta del Sol.


-Januari-
Zaterdag zouden we om 7u ‘s morgens vertrekken richting Quito. De punctualiteit gaat er echter met de dag op achteruit. Rond 11u zaten we dan toch nog op de bus met splinternieuwe camera’s en een valies vol minirokjes, zonnecrème, bikini’s…
Ons plan om eerst nog “la mitad del mundo”, het midden van de wereld, te gaan bezoeken, kon wegens de vertraging niet meer doorgaan. Dus in plaats van de evenaar bezochten we dan maar een duistere bar waar we ons volpropten met shoarma en bier. Daarna gingen we nog even naar de kathedraal, die helaas gesloten was maar ook van buiten wel indrukwekkend genoeg om te zien.
Om 22u vertrokken we in onze privébus. De zon tegemoet.
Mijn eerste indruk : een vochtige warmte, bananenbomen en rond de auto dansende kustbewoners om 4u s’nachts. Door elkaar geschud en vermoeid door de nachtelijke rit zagen we ‘s morgens de zon opkomen. Door het regenseizoen zag alles er redelijk groen uit. We reden langs de typische houten vissershuisjes waar ze in hun hangmatten nog rustig lagen te snurken, een sterke geur drong mijn neus binnen en uiteindelijk… De zee! Het zien van die gemiste, lieve, immense, rustig deinende, prachtige, natte zee gaf me een vreugdevolle energie en na een bord roerei met brood verorberd te hebben liepen we dan ook direct op blote voeten over het vochtige zand, de oceaan in. Heerlijk! Het kriebelde tot in de toppen van mijn tenen! Aangezien het net geregend had lag het strand er wat verlaten bij, maar des te meer genoot ik van het uitzicht in de baai, de vissersbootjes, de sfeer… Puerto Lopez heette ons welkom.
In de namiddag nam de gids ons mee naar “Los Frailes”, een natuurpark met bijgelegen strand. Een prachtig, rustig strand. We speelden als kleine kinderen in de golven tot het zoute water onze neus en oren uitkwam. Daarna wandelde ik met Tuomo nog even tot aan de rotsen, de vreemde krabben bestuderend die in plaats van in de zee, in het zachte zand leven. Zelfs de krabben kunnen hier  niet gewoon normaal doen.
Na het avondeten konden we vrij genieten van de sfeer in het rustige dorpje.
We sloten de dag af in één van die gezellige coctailbars op het strand, genietend van een piña colada en Bob Marley.
Maandag brachten we de dag door op “Isla de la Plata”, een Klein eiland, een mini-galapagos. De natuur zag er op het eerste zicht wat droog en eentonig uit, maar hoe langer ik ernaar keek, hoe mooier het werd. Het is de thuishaven van o.a. “las patas azules”, vogels met helderblauwe poten die zodanig aan de mens gewoon geworden zijn dat ze je met verwonderde ogen en halfopen bek achterna blijven waggelen. Na een korte wandeling doken we de zee in, vergezeld door grote waterschildpadden. Ik had medelijden met die arme dieren, betutteld door een bende schreeuwende toeristen. Maar ik geef toe, het was leuk. Daarna kregen we de mogelijkheid om te snorkelen. Iets waar ik enorm van genoot! Als zee- en waterverslaafde leek het wel de hemel tussen al die gekleurde vissen en koralen. Wauw! Terwijl de rest al lang lagte zonnebaden op het dek van de boot, bleef ik mijn ogen uitkijken in die onderwaterwereld, tot we uiteindelijk terug moesten keren.
Terug in Puerto Lopez werd mijn humeur even wat bedorven door de geldproblemen die maar bleven aanslepen, maar een mooie wandeling op het strand bij zonsondergang maakte alles weer goed.
Dinsdag vertrokken we naar het beruchte Montañita. Hippyparadijs en partydorp. Redenen genoeg dus voor de organisatie om ons daar weg te halen voor de nacht viel. Tot ieders spijt, kregen we veel te weinig tijd om de hippykraampjes met zelfgemaakte souvenirs en accesoires te bezoeken, een pintje te drinken op het terras en om van het strand te genieten. Een vriend huurde een surfplank voor een uur. De golven waren niet echt schitterend en de plank werd te fel begeerd, maar het lukte me toch om twee halve golven te nemen en man, wat was ik daar gelukkig mee!
Die avond zelf nog reden we door naar Salinas. Helaas. Salinas is een grote stad met hoge witte gebouwen en een toeristisch strand, en heeft dus lang niet de charme van onze vorige bezoeken.
Woensdag begon de dag op een wat verlaten strand langs de weg. Als steeds genoot ik van de rust en de zee, maar de gids bleek het maar niets te vinden dus verplaatsten we ons al snel naar “ La chocolateria”. Een stenen uitloper van het land in de zee waar de wilde golven op de rotsen stuksslaan onder het trouwe toezicht van de vuurtoren. We maakten een wandelingetje en keerden terug. ( Niet aan te raden op blote voeten.)
De namiddag brachten we door op het strand in Salinas zelf. Niet veel te zien, maar op dat moment kwam eindelijk de code van mijn nieuwe bankkaart toe en dat maakte mijn dag goed!
‘s Avonds, na een prachtige zonsondergang, kregen we vrij, maar aangezien er weinig te beleven viel keerden we al gauw naar het hotel terug voor een gezellige fruitparty.
Donderdagochtend sliepen de meesten hun roes uit op het strand, waarna we afscheid moesten nemen van de zee en naar Guayaquil vertrokken. De grootste stad in Ecuador. We kregen ere en maaltijd van kip en rijst, iets wat de bergbewoners, die op zeevruchten of vis hadden gehoopt, de strot uitkwam en weigerden op te eten. Daarna bezochten we een stadspark, dat vreemdgenoeg niet door duiven, maar door leguanen werd bewoond. Onze city-tour eindigde op de dijk, met uitzicht op de brede rivier die de stad doorkruist. We bezochten enkele monumenten, maar toen we een Mac Donalds passeerden en er 8 Amerikaanse ogen begonnen te blinken die gewillig door de rest van de groep werden gevolgd, verloor de gids haar gezag.
Vrijdag,    , einde van de reis.
We bezochten nog een historisch park, met enkele exotische dieren en planten, antieke rijkeluishuizen en een ethisch museumpje, tot we ons uiteindelijk in de bus moesten accomoderen voor de 10u durende rit richting Sierra.
Zaterdag bleven we nog wat in Quito rondslenteren. Deze keer was de kathedraal wel open en we beklommen de toren voor een uitzicht over de uitgestrekte stad.
Terug in Riobamba ging ik met Tuomo nog een biertje drinken in Billy’s versgeopende bar, tot ik uiteindelijk tussen het volk op de zetel in slaap viel.
Zondag was het tijd voor wat rust. Ik sliep tot de middag, waarna mijn familie me uitnodigde voor een namiddagje Baños. We bezochten de aguas termales, natuurlijke warmwaterbronnen. En ik kan het je verzekeren, dat water ik heet! Om af te koelen zet je je daarna gewoon even in het ijskoude bad, tot je bibberend weer naar de hitte verlangt en zo gaat het maar door. Enorm relaxerend en verschrikkelijk afmattend. Ik zat nog geen twee minuten in de auto en viel als een blok in slaap.
De rest van de maand verliep rustig, min of meer normaal. Ik heb elke dag wel iets te doen, in tegenstelling tot het leven in mijn vorige gastfamilie. Skip af en toe een dagje school, prober mijn hobby’s weer op te vatten, hang vaak in Billy’s bar rond of ga met mijn vrienden een conopizza eten. Op zondagen gaan we meestal op stap met de familie. Een uur in de auto om diezelfde chocho’s te eten die ze ook naast je deur verkopen. Maar het is telkens gezellig.
De laatste zondag van januari trokken we iets verder, namelijk naar Puyo, in “El Oriente”. We gingen niet echt tot in het woud, maar parkeerden ons bij een recreatieve rivier voor een picknick van rijst met tostada, brood met kaas. Daarna doken we allen het water in. Allen, behalve de oma. Die hadden we meegebracht om op de auto te letten. Het was een leuke namiddag. Zwemmen, van de rotsen springen, een douche nemen onder de waterval en ons kapotlachen met Johannes, onze Duitse vriend.
Ja, het leven is mooi!
Toch kan het niet anders dan af en toe ook eens tegenslag te hebben. En dat kwam er dus ook van. Op een duistere avond in een verlaten buurt, toen ik net van de bank kwam om een vriend mijn camera terug te betalen. Ik trek de dieven blijkbaar aan…
De twee donkere gestalten kwamen plotseling van om de hoek. Voor ik wist wat er gebeurde had er zich een sterke hand rond mijn arm geklemd en werd ere en groot keukenmes op mijn buik gericht. Ik moest mijn gsm afgeven. Billy gaf de zijne en werd verder met rust gelaten. De mijne was echter eerder al gestolen geweest, maar dat konden ze blijkbaar niet geloven en toen begonnen ze maar zelf in mijn tas te zoeken. Weer 200 dollar armer. Pff.
Ik was geschrokken, stond nog even op mijn benen te trillen en met een lege blik voor me uit te staren, maar besefte uiteindelijk dat we geluk hebben gehad. Thuis kreeg ik nog allerlei gruwelverhalen te horen. Ik doe in het vervolg wel wat voorzichtiger.
Een ietswat mindere afsluiten voor deze tekst, maar toch, het leven blijft mooi! Ik ben gelukkig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten