donderdag 7 juni 2012

Mancora bij zonsondergang..


-Maart-

Er zat nog geen week tussen de mountaintrip en onze volgende reis. In die dagen gebeurde er niet veel speciaals. Ik ging eindelijk nog eens zwemmen, bracht de avonden in de klimclub door, at zelfgemaakte fritada op het terras met de familie en ging naar een afscheidsfeestje van mijn Franse vriendin Fleur.
We hadden alle toestemmingsformulieren en handtekeningen geregeld en vrijdag vertrok ik me Fleur, Clement en hun vriend Danny naar Montañita. Strand en feest, wat hadden we nog meer nodig als afsluiter van hun 6 maanden Ecuador. Het zou ons persoonlijke afscheid worden.
We aten koude pizza en dronken bier in de bus, ik voelde mijn huid plakkerig worden en uiteindelijk kwamen we aan in het paradijs van de jonge levensgenieters. We kwamen er een Zweedse Engelsman tegen die zijn vriend was kwijtgeraakt en zich dan maar bij ons gezelschap aansloot. Welkom Mike.
Het was al redelijk laat. We maakten een korte wandeling onder over het strand tot we een klein gezellig terrasje tegenkwamen. Scampi’s op zijn ecuadoriaans onder een open sterrenhemel, mmmm…. Daarna dronken we een goedkope maar lekkere cocktail en genoten van het nachtelijke Montañita. Het was ondertussen hard beginnen regenen. We zochten onderdak in de discotheek maar ontdekten toen dat er een groot gat in het dak zat ter hoogte van de dansvloer. Dat hielp ons dus niet veel , maar het was warm en het lauwe water dat met bakken uit de lucht viel voelde eigenlijk alleen maar zalig aan. Ik danste met een knappe neger en amuseerde me tot de honger ons naar het hamburgerkraam en de vermoeidheid ons naar bed dreef.
De volgende dag werd een chilldag. Een ontbijt van ceviche (scampi’s en vis) op het strand, het zeewater die ons de slapers uit de ogen spoelde, de zon die ons van bleekscheten in kreeften veranderde… Ik huurde een surfplank voor een uur, de golven waren redelijk en het was demax!
Toen ik even uit de zon moest en besloot dat ik nu eindelijk eens die hippywinkeltjes zou gaan plunderen ontdekte ik dat ik alweer geen geld kon afhalen.
Derde keer, en het probleem zou zich nog een tijd aanslepen, pfff… Daar stond ik met mijn 4 dollar op de tweede dag van de reis. Maar fleur redde me tijdelijk uit de nood en ‘s avonds lukte het me toch een heerlijke pasta met zeevruchten te verorberen.
De nacht ging in op dezelfde manier als de vorige. Maar we moeten iets verkeerds binnengehad hebben want al om 12u sleepten Fleur en ik ons als zombies naar het hotel. De rest van het gezelschap had duidelijk verder gefeest want in de vroege ochtend werd ik onaangenaam gewekt door twee brakende gedaanten.
Ik zou de bus nemen om 5u30 ‘s morgens. Natuurlijk miste ik die. Rond 10u nam ik afscheid van Fleur, Clement en Mike, en ook een beetje van de Ecuadorianen, waarna ik vertrok met mijn rugzak, met net genoeg geld voor de bus en zonder ook maar iets te weten naar Machala. De andere uitwisselingsstudenten zouden daar op me wachten maar die namen helaas hun gsm niet op.
Ik vond de nodige hulp om heelhuids in Quayaquil te raken, liep daar het zoveelste telefoonkotje binnen, maar er kwam geen antwoord. Zelf heb ik nog steeds geen gsm. Op goed geluk dan maar. Drie uur later kwam ik aan in Machala. Nog slechts 1 dollar op zak, 1 boterham in mijn maag die een medelijdende ziel voor me had gekocht en zonder te weten in welke richting ik uit zou lopen in die onbekende stad. Uiteindelijk kreeg ik het schitterende idee dat ze misschien een facebookbericht hadden gestuurd. Ik vond een internetcafé en.. Eindelijk! De gsm van Janko en Liisa waren allebei gestolen geweest, ik moest naar het onderstaande nummer bellen en ze zouden me komen halen. Allen opgelucht. Ik wist weld at het goed zou komen.
De rest van de Riobamba-, Machala-, en Santo Domingopeople vonden we in het befaamde ‘park’, een onverzorgd en overwoekerd pleintje waar de lokale uitwisselingsstudenten de gewoonte hebben zich te bezatten voor de avond valt, bij gebrek aan activiteiten in de stad. We speelden ere en partijtje president maar maakten het niet te laat.
Maandag stapten we met 14 gringo’s in een gemotoriseerde kano, om naar een eiland voor de kust van Machala te voeren. Jambelí. Het leek ooit een toeristische plaats geweest te zijn, en misschien was dat het nog steeds, maar die dag lag het er wat verlaten bij. Zoveel te beter! We genoten de hele dag van het rustige strand, de ruisende zee, het lege restaurant…. Het was zalig!. Toen de zon begon te zakken was het tijd om terug te keren en op het deinende water van de oceaan werden we getuige van een prachtige zonsondergang.
We maakten er weer een parkavond van en bleven daarna nog tot 4u kletsen met Sara’s supertoffe mama en met  Sara zelf. Voornamelijk als voorbereiding op ons volgende avontuur, Peru.
We hadden drie dagen de tijd en zouden het dus bij 1 enkel strand houden, maar ook dat zorgde voor de nodige opgewondenheid. En bij mij voor zenuwen. Ik was met mijn droomhoofd mijn paspoort in Riobamba vergeten en zou  het dus proberen op de niet-offiële manier. Toen iedereen uit de bus stapte om de douane te passeren deed ik in een uithoek van het voertuig zelf alsof ik sliep. Ik moet er waarschijnlijk uitgezien hebben als een illegale immigrant, maar, het is gelukt! Iedereen blij.
Je merkte direct dat je in een ander land terecht gekomen was. Het landschap veranderde van bananenbomen en vruchtbare verscheidenheid in vegetatie naar uitgestrekte vlakten en rijstvelden en ging dan over naar een iets droger duinlandschap begroeid met een frisgroene grassoort. De dorpen zagen er wat armer en verlaten uit, maar het gaf allemaal samen een prachtig geheel.
In de eerste Peruaanse stad na de grens namen we een van de vele riksha’s waar het straatbeeld door gekleurd wordt. Ze brachten ons naar een kleine camionet die niet vertrok voordat elke vierkante centimeter gevuld was met mens. Ze vertelden ons dat we afgezet waren geweest door de rikshachauffeur, de zenuwen werden nog even op de proef gesteld toen we een onverwachte tweede douanecontrole tegenkwamen, maar bereikten uiteindelijk toch onze eindbestemming.
Mancora, surfersparadijs. Het toeristische dorpje lag er rustig bij. We stapten het eerste beste hotel binnen, dat goedkoop en deftig bleek te zijn en na onze dollars voor soles te hebben gewisseld sleepten we ons uitgehongerd naar een restaurant. Verrassend lekker voor de prijs.
Daarna trok het souvenirsmarktje onze aandacht, waar het jammergenoeg bij kijken bleef. Ik kon me die week niets extra permitteren. Mijn vrienden leenden me geld, maar die hadden zelf niet veel mee. We verdeelden elke cent en sloegen af en toe een maaltijd over. Wat voelde ik me daar schuldig over! Desondanks werd het een zalig reisje.
We brachten de rest van de dag op het strand door. Ik keek met pijn in het hart naar de golven tot de zwarte silhouetten van de surfers bij zonsondergang uiteindelijk in de duisternis van de nacht verdwenen.
We veroorloofden on seen supermarktmaaltijd. Ik schooide enkele boterhammen en kocht een karton sangria. Later op de avond speelden we met 1 hand president en sloegen met de andere hand de muggen van ons lijf. Het slaaptekort overviel me echter plots en ik dommelde in op het strand., tot ik uiteindelijk de moed vond om mezelf naar het hotel te slepen. Ik bleek die nacht enkele grappige dingen gemist te hebben, maar was de volgende dag tenminste uitgerust om de golven te gaan trotseren.
Ik moest en zou die daag een surfplank huren, ook al zou me dat mijn drie maaltijden kunnen kosten. Met een zielige blik en een vriendelijke glimlach kreeg ik 5 soles korting en rond 11u30 stond ik trots aan de waterlijn met een longboard onder mijn arm. De golven waren niet enorm groot, maar toch groot genoeg en met een lange cleane linkse. Perfect!
Buiten een eetpauze za ik de hele dag in de zee. Ik liet Liisa even proberen en kreeg hulp van de locals voor een initiatieles. Peruanen zijn supervriendelijk!
De laatste uurtjes had ik de plank weer voor mij alleen en genoot vanuit het wáter van een schitterende zonsondergang. Ik voelde me gelukkiger dan ooit!
Die avond was het geld echt op. In platas vin in de coctailbar zetten we ons op het strand voor de coctailbar en kregen gezelschap van een eenzame Ecuadoriaan. We kletsen wat en hij leerde me om te gaan met de vuurslingers waar hij showtjes mee doet aan de verkeerslichten om geld te verdienen. Zonder vuur voor mij natuurlijk. Ik heb nog heel wat te oefenen.
Later kwam een Londens meisje bij ons zitten, die zoals ze zelf zei, genoeg gekregen had van haar vriendinnen. Zij, op haar beurt, lokte dan weer een invasive van Engelsen uit op ons rustige strand, en met nog enkele enthousiaste straathonden erbij was de bende compleet. Het was een leuke avond. Toen we echter genoeg gekregen hadden van de drukte en de muggen, trokken we ons terug in het hotel en bleven daar nog tot 5u ‘s morgens ‘truth or dare’ spelen. Een dronken Janko likte de wc-bril, een nuchtere Liisa beet een kakkerlak dood en we kwamen nog een hoop persoonlijke details te weten die ik hier niet gemeenschappelijk zal maken.
Na afscheid genomen te hebben van de zee vertrokken we donderdag rond 3u terug richting Machala. Ik passeerde de grens op dezelfde manier als ik gekomen was en zonder problemen arriveerden we in het gekoelde huis van Sara’s gastfamilie.
Ik was moe en slechtgezind, vooral veroorzaakt door mijn lege maag. We hadden die dag helemaal niets binnengehad. We haastten ons dus naar het shoppingscenter, Janko leende me geld en ik at twee hamburgers en een pizza. Gered. Ik had weer energie gekregen en we gingen dus maar de verjaardag van een voor ons onbekende Duitser vieren in het park.
Vrijdag, vroeg in de ochtend, keerden we naar Riobamba terug. Ik had me enorm geamuseerd en de reis was super. Maar toen de eerste indianen in het zicht kwamen en de geur van gebraden varkensvlees in onze neus drong, voelde het voor mij aan als thuiskomen.
Nu is het even tijd voor wat rust en tijd met mijn lieve gastfamilie. Ofja, we zien wel wat komt…

Ruta de los Volcanes.


-Maart-

Derde yfu-reis en als steeds weer even demax! Een tocht door de Sierra, de bergen.
We vertrokken met de “Riobamba-people” een dag vroeger naar Quito, alweer met de bedoeling nog wat te gaan bezoeken, maar alweer kwam dat er niet van. We vonden een hotel waar we een kamer van drie personen deelden met vijf, en in plaats van 10 dollar elk maar 8 dollar betaalden, waarna de slaperige receptionist zwaar op zijn kop kreeg van de eigenaarster, maar dat was ons probleem niet. Alles om kosten te besparen.
We aten heerlijke sushi als middagmaal en legden daarna onze alcoholvoorraad aan voor de nacht. We maakten er een leuke avond van in het hotel en na wat drankspelletjes en groepsgezang (kattenvals en elk in eigen taal), gingen we iets drinken in een vuile waterpijpbar. Verder spendeerden we onze tijd in de discotheek, waar we drie gekke Engelsmannen tegenkwamen en toen de bar om 3u zijn deuren sloot bleven we met hen staan kletsen, verwarmd door het vuurtje waarmee de indiaanse kaugumverkoopster haar vuilnis verbrandde op straat. Terug in het hotel  hadden we nog even de slappe lach met Janko die probeerde te onderhandelen met een travistietenhoer (maar uiteindelijk toch maar niet op zijn/haar aanbod inging), waarna we allen tevreden gingen slapen.
Zondag begonnen ook de anderen in Quito toe te komen. We veranderden ons hotel en namen samen een ontbijt van smoothies en subwaybroodjes. Daarna bezochten we het Guayasaminmuseum. Toch nog. We keken een moment geboeid rond en haalden dan onze kaarten tevoorschijn voor een spelletje president tussen de schilderijen van de populairste schilder in Ecuador. Dat hoorde er nu eenmaal bij. We ontdekten de museumtuin met een (waarschijnlijk privé) zwembad dat er zodanig aanlokkelijk uitzag dat ik er maar met kleren en al ingedoken ben. Ik werd al snel gevolgd door Janko, Tuomo en Ellen. Het was super!
Na het weerzien van de anderen vertrokken we tegen de avond naar de ons allen bekende pizzaria.
Deze keer trok ik het niet tot een gat in de nacht maar rustte uit voor de reis die de volgende dag van start zou gaan.
Maandagochtend bezochten we “La Mitad del Mundo”, de evenaar. De valse en de echte. De Fransen hadden in het verleden blijkbaar iets fout berekend en een groot monument gebouwd op de verkeerde plaats.
In het echte midden van de wereld houden ze het wat bescheidener. Een etnisch museum en enkele leuke proefjes om te doen. Wist je dat het draaikolkje in de lavavo aan beide kanten van de evenaar in verschillende richtigen stroomt en op de evenaar zelf recht naar beneden loopt? Dat je er, met wat geduld, een ei kunt rechtzetten op een nagel? Dat je weerstand er zwakker is en het moeilijk is om op een rechte lijn te lopen?
‘s Middags aten we in het historisch centrum van Quito. We bezochten een vanbinnen volledig met goud gedecoreerde kerk, het bekendste plein in Quito en het staatspaleis.
Ja, Anne en ik hebben zelfs bijna de president gezien!
Daarna reden we naar ‘El Teleférico’, een eitjeslift die je naar een berg brengt vanwaar je een mooi uitzicht krijgt over de hoofdstad.
Wat is Quito groot! We maakten er een wandeling en de frisse lucht deed me goed. We speelden nog een spelletje president in de eitjeslift en keerden naar  het hotel terug. We praatten nog wat na maar ik viel alweer vlug in slaap.
Dinsdag bracht de bus ons naar Otavalo. De indiaanse markt waar iedereen naar uitgekeken had. We hadden maar een enkel doel, waardoor ik niet echt op de stad zelf gelet heb, maar het leek me niet echt veel te verschillen van de andere steden in de bergen. De markt zelf had echter genoeg om je ogen uit te kijken. Gevulde portefeuilles kwamen leeg terug en de bus werd volgepropt met wollen truien, poncho’s, sokken, sjalen, mutsen, dekens  en nog veel meer souvenirs. Het volgende dorp stond bekend om het leer, maar de meesten konden zich niet veel meer permitteren en we bleven er niet lang.
De tocht ging voort en bracht ons naar een prachtig meer, in de krater van een vulkaan. Quicocha. Het helderblauwe water, de eilandjes in het midden, de besneeuwde bergtop in de verte… Het vormde de perfecte achtergrond voor onze camera’s. Daar kreeg ik echter al snel genoeg van en ging dus wandelen langs de bergflanken om met mijn eigen ogen van de natuurlijke schoonheid te genieten.  
De dag eindigde nogmaals in Quito. We aten in het historisch centrum, trokken lamapictures en zwierven nog wat rond over de verlaten pleinen onder de nachtelijke sterrenhemel.
Woensdag werden we voorbereid op een zware dag. De beklimming van een van de hoogste actieve vulkanen ter wereld. El Cotopaxi 5.897 m hoog. Wij gingen tot 4810 m hoog. Het was een redelijk zware, maar leuke klim. Tuomo en ik bereikten met onze wonderponcho’s als eersten de  bestemming, maar werden al snel gevolgd door genoeg mensen voor een spelletje president. We kaartten en dronken thee in afwachting van de rest. Maar we moesten en zouden de sneeuw aanraken en trokken uiteindelijk met een klein groepje ongeveer 100 meter verder, tot we ons met een gelukkige zucht in het witte ijs lieten zakken. We maakten er zelfs een sneeuwmannetje!
De steile afdaling ging sneller. Er gingen echter velen onderuit en een enkeling maakte een rolletje in het zwarte stof, maar iedereen kwam min of meer heelhuids beneden.
Er volgde nog een busrit door het prachtige natuurpark met zijn groene bergen en wilde paarden, tot we de uitgang bereikten en verder reden naar Ambato. Daar aangekomen kregen we een kleine rondleiding door het centrum, aten een goed stuk vlees en kregen nog even vrij voor een pintje in het café. 
Donderdag wachtte een tweede klim ons op. El Chimborazo, the greatest. 6310m hoog en het dichtste punt bij de zon op aarde. De bus reed ons door de ongedeerde bergen waar de vicuñas vrolijk rondhuppelden, tot aan de voet van de dode vulkaan. We klommen 5000 m hoog en na wat uitgerust te hebben trok ik op m’n eentje nog een stukje verder. De sneeuw in, de berg op. Een vlaagje heimwee naar Les Deux Alpes en Val Thorans scheerde langs mijn hart. Maar ach, wat is Ecuador mooi!
Mijn vrienden werden steeds kleiner en ik genoot. Toen ik ze uiteindelijk hoorde schreeuwen dat we terug moesten keren toverde ik mijn jas om tot een geïmproviseerde slee en gleed in twee heerlijke minuten naar beneden. Mijn door de hoogte wat aangetaste hoofd bonsde nog na en in de bus overviel me plots een ondenkbare vermoeidheid, maar na een goeie douche en door de opgewondenheid de andere uitwisselingsstudenten mijn stad te laten zien kwam ik er weer door.
Riobamba, mijn Ecuadoriaanse thuisstad. Ik was om een of andere redden blij om La Avenida, de 10 de Agosto straat, de Happy Pollo restauranten , Cono Pizza, Giralda Plaza enzovoort, terug te zien. Riobamba door de ogen van een toerist. Ik heb er van geleerd.
‘s Avonds hielden we een preparty in de hotelkamer en vertrokken daarna met de hele groep naar de discotheek. Billy en de klimvrienden waren ook afgekomen, maar dat kon geen belemmering zijn voor het spastische gejump met mijn gringo-vrienden. Het was een leuke avond.
Vrijdag moesten we alweer vroeg uit de veren. De volgende stop: Alausi. Een klein stadje, of een groot dorp, zoals je het zelf wilt noemen, waar de indianen er nog kleurrijker uitzien dan die in Riobamba. Ons doel was ‘El Narriz del Diablo’ of de Duivelsneus. In een ouderwetse houten trein redden we langs de flanken van de bergen en passeerden zoo ok het fameuze stuk waar de ferrocarril zigzaggend de stijle helling afkomt. We hielden halt in het volgende station, aten een sandwish en kregen daarna wat vrije tijd. Met veel fantasie kon je je een neus inbeelden in de berg die voor ons lag. Er was een historisch museumpje, en enkele indianen hadden een dansje voor de hopen toeristen ingestudeerd.
In de namiddag stond Inca Pirca op het programma.
De Cañari- en Incaruïnes waar ik al eens eerder was geweest. Deze keer werden we vergezeld door een horde lama’s.
Uiteindelijk kwamen we toe in Cuenca, eindbestemming. We aten ere en heerlijke biefstuk. Wat had ik dat gemist! Ik viel om 21u in slaap.
Zaterdag. We deden het wat rustiger aan op onze laatste dag. We bezochten een Panamaheatfabriek, hoeden die door het lot en door de geschiedenis de verkeerde naam gekregen hebben en wel degelijk uit Ecuador afkomstig zijn. Er waren hoeden van meer dan 1000 dollar te vinden. We konden uittesten hoe het voelde om zoveel geld op je hoofd te hebben en… ik heb de oude hoed van de enige echte Jonnhy Dep aangeraakt! Wauw!
‘s Middags aten we één van de lekkerste vissen die ik in lange tijd gegeten had. Als vuilbak van de bende vond ik het jammer dat de rest er net zo over dacht, maar likte toch wel enkele borden leeg.
In de namiddag bezochten we enkele kerken en kregen een moment vrije tijd in de mooie stad. Met een beetje geluk kom ik zelfs in de Ecuadoriaanse cinema’s, want we werden op straat plots gevraagd mee te spelen in een filmscene. Dus jullie weten het, als je een blonde ziet in een of andere Ecuadoriaanse film, dat ben ik!    
‘s Avonds gingen we met de hele bende iets drinken in de waterpijpbar en toen de nacht viel verplaatsten we ons naar de discotheek. Ik danste met Tuomo de straightfacedans maar deed duidelijk aan hem onder en moest uiteindelijk duppelgeplooid van het lachen vluchten voor dat Finse gezicht. Deze keer maakte ik weld eel uit van de afterparty en we kletsten, dronken en speelden ‘truth or dare’ tot in de vroege uurtjes.
Zondag splitste de bende. Cuencapeople bleef in Cuenca, Machalapeople zou daar de bus nemen, wij werden gedropt in Riobamba en de rest reed door naar Quito.
Einde van de ‘Ruta de los Volcanes’.

Februari, een Maand van Taartgevecht, Rode Rozen en Waterballonnen.


-Februari-

7 ferbruari 2012, mijn 19de verjaardag. Ik had er niet speciaal naar uitgekeken. Na marginale verkleedparty’s en zotte verrassingsfeestjes met mijn geliefde en gemiste vrienden in België, zou ik  hier wel eens teleurgesteld kunnen worden. Daar had ik me da nook mental op voorbereid. Onterecht.
Op school wist niemand ervan. Maar toen ik even een stille hint liet ontsnappen werd de klas plots omgetoverd in een geïmproviseerde receptiezaal, vol koekjes en chips. Ze hadden zelfs een tart voor me laten komen, die traditiegetrouw in mijn gezicht werd geduwd. Het was een  leuke verrassing.
‘s Middags wenste de hele familie me een gelukkige verjaardag. Iets wat logisch lijkt maar dat eigenlijk niet is als je weet dat ik degene ben die hen moet herinneren aan de verjaardagen van hun eigen kinderen.
Rond 6u30 wachtte ik mijn vrienden op in Billy’s bar, die naar gewoonte weer veel te laat toekwamen. Het was gezellig. We aten doritos en chifles, speelden president en dronken bier en cuba libre tot het tijd was voor de cadeaus. Tot mijn grote vreugde kreeg i keen nieuwe trekrugzak. En een ajuin natuurlijk. Johannes gaf me een zakje haribo-snoepjes en heerlijk Europese chocolade. An-Katrien gaf me 2 chocotoffs. Zalig!! Het heeft me nog nooit zo gesmaakt. Toen kwam de tart, waar ik voor de tweede keer die dag met mijn gezicht werd in geduwd. En allen die me een beetje kennen, kunnen wel voorspellen wat er nu gaat volgen… Het werd een zwaar gevecht. Na enkele minute hing  iedereen van top tot een onder de cake. De drank begon zijn werk te doen. Tuomo at mijn ajuin alsof het een appel was en de dansvloer werd gevuld. Ik genoot. Toen mijn schoolgaande gringovrienden naar huis moesten kwam ere en volgende bende toe. Meer taart. Ik kletste er lustig op los met mijn uit het oog verloren vriendin Fleur en het werd een tof feestje. Een Ecuadoriaanse verjaardag om niet te vergeten.
Het weekend dat erop volgde gaf ik als valentijnscadeau aan Billy. Op naar Baños. We slenterden wat rond, aten pizza in het Italiaanse restaurant en bezochten dan nog maar eens de hete wateren in de “aguas termales”. We vonden een hotel van 7 dollar per persoon en gingen daarna nog even op stap in de uitgaansbuurt, waar het nachtleven op volle toeren draait. Ik genoot van de sfeer tussen al die vlot zwierende Ecuadoriaanse heupen, maar we maakten het niet te laat.
De volgende ochtend namen we encebollada (vissoep) als ontbijt en vertrokken daarna met een grappig uitziend toeristenbusje naar “La Ruta de las Cascadas”, toer van de watervallen.
En je hebt er wel wat in Baños. Ik genoot nog maar eens van het uitzicht op de frisgroene bergen en elke waterval die we passeerden was prachtig. Maar de laatste kreeg toch mijn voorkeur. Na een steile afdaling door het bos kwamen we aan een kleine maar krachtige waterval, waar we de mogelijk kregen een duikje te nemen. Billy en ik gingen als eerste uit de kleren en aangezien de rest het niet verder waagde dan hun dike teen , hadden we het koele water voor ons alleen. Ah, wat is het leven mooi!
Terug in Baños permitteerden we ons nog een snel valentijnsmaal van gebraden cavia met rijst, tot het tijd was om naar Riobamba terug te keren, waar de hele familie gezellig bij elkaar zat empanadas te bakken bij het houtvuur op het dakterras.
Dinsdag 14 februari, valentijn. Grote roze ballonnen zwerven door de stad en de rozen zijn op elke hoek van de straat te koop. Billy en ik deden die dag niet veel meer, maar ook al wordt dit alles naar mijn mening veroorzaakt door commercie en plichtsgevoel, de sfeer van vriendschap en liefde was duidelijk te voelen. Mijn klasgenoten gaven elkaar kaartjes en knuffels, verliefde koppels in het park en alle restauranten volgeboekt. Rommance zit hier duidelijk ik de cultuur.
Vrijdag begon het traditiegetrouwe feest waar iedereen naar uitgekeken had. Carnaval! Iets wat hier nogal anders gevierd wordt dan ik gewoon ben. De hele maand al moest je de auto’s in het oog houden en vermijden langs gebouwen te lopen. Je zou anders wel eens kletsnat naar huis terug moeten keren. Maar zaterdag proefde ik voor het eerst van het ware Ecuadoriaanse carnaval.
 ‘s Morgens was ik naar “ La Plaza de Gallinas” geweest, een zwarte markt waar je om een of andere duistere reden goeie nokia’s kunt kopen voor 20 dollar. Net wat ik nodig had.
De markt maakt zijn naam, de kippenplaats, waardig. Meer dan de helft ervan wordt ingenomen door kakelende kippen in gesloten manden, levende kippen in zakken, gevechtshanen… Je kunt er verder nog schattige hondjes kopen voor 100 dollar en kleine katjes voor 1 dollar.  Eigenlijk vind je er zo ongeveer alles wat je nodig zou kunnen hebben. Indrukwekkend om te zien.
Daarna stuitten we op een desfile, een carnavalsstoet. Ietswat georganiseerder dan de onze in België, met gecoördineerde dansen en indiaanse muziek in plaats van het chaotische humpa humpa.  Hoewel ik zelf niet echt problemen heb met dat laatste..
In de hele straat waren er spuitbussen met schuim te koop. En dat was ook de echte reden waarom de mensen gekomen waren. Ze verkleden zich hier niet, en in plaats van met confetti gooien ze met water, spuiten ze elkaar vol schuim, wrijven ze kleurstof in elkaars gezicht en als het er even bij kan smijten ze je in de vijver. Binnen de korste keren was de hele straat omgetoverd in een spelend-vechtende bende en geen levende ziel kwam er uit zonder van top tot teen paars gekleurd te zijn. Perfect! Het was demax. Gelukkig stond de zon hoog en warm aan de hemel en we amuseerden ons totdat het tijd was voor het middageten.
In de namiddag vertrokken Billy, zijn neef Franco, enkele vrienden en ik naar Guaranda, een dorp op 2u rijden van Riobamba. Ondanks een stevige schrobbeurt nog steeds met roze handen en paarse oren. We zouden er naar een rockfestival gaan. Bleek hardrock te zijn. Ik voelde me wat ongemakkelijk tussen al die zwartgeklede, langharige headbangers, maar het was wel eens leuk om te zien. We bleven er echter niet lang. De rest van de nacht slenterden we rond in het dorp, op zoek naar wat er te beleven viel tussen de kleine straatoptredentjes met Spaanstalige smartlappen en paarse zatlappen. Uiteindelijk belandden we in de discotheek. Die sloot echter om 3u en aangezien het buiten koud en nat was en onze bus pas kwam om 6u dommelden we allen weg op de dansvloer. Met dank aan de uitbater.
De volgende dag sliep ik tot 14u in de namiddag. Toen vertrokken we met de famillie naar Chambo, een van de bekende carnavaldorpjes in de beurt van Riobamba.
Mijn zus had een open camionet bemachtigd en gingen op weg met de waterballonnen in de aanslag. We amuseerden ons goed, ondanks het feit dat we af en toe wel eens een emmer water op onze kop terug kregen. Maar in Chambo toegekomen bleek het meeste al voorbij te zijn. Die Ecuadorianen zijn zo’n verschrikkelijke ochtendmensen! Enkel de zware feesters en dronkaards bleven over, maar er heerste een aangename volkse sfeer. Er werd echter een dumper gezet op de vreugde toen de autoruit ingesmeten bleek te zijn en Billy’s rugzak en mijn 1-dag oude gsm verdwenen waren. Maar we bleven in Chambo tot de nacht viel en woonden het plaatselijke concertje bij. Op dat moment miste ik een gekke Belgische vriendin om me tussen het volk te gooien en volledig los te gaan…
We hadden twee dagen vakantie en maandag maakten we daarvan gebruik om carnaval te vieren in Guano, de smerigste van allemaal. Zelfs voordat de stoet nogmaar begonnen was, waren we al kletsnat en paars tot op het vel. Daarbij had iemand het schitterende idee gehad een zak bloem mee te brengen en deze werd vrolijk over mijn hoofd uitgegoten en gemengd met bier en ei. We vechtten en amuseerden ons totdat ik het ijskoud gekregen had en bibberend naar een warm bad verlangde. In plaats daarvan moesten we het doen met een koude rivier om ons af te spoelen en een overbevolkte busrit naar huis. De douche thuis is ook stuk en de familie blijkt niet echt van plan die te vermaken. Ik doe het dus al weken met ijskoud water waar je hoofd pijn van doet.  Maar ik warmde wat water op in de keuken en met mijn tijltje en een goed stuk zeep lukte het toch het meeste van me af te krijgen. Desondanks bleef ik de twee daaropvolgende weken brokken uit mijn haar halen, maar het was de moeite waard.
Dinsdag hadden we er alles wat genoeg van gekregen. We hielden het rustig, maar beslisten tegen de namiddag dat we de laatste carnavaldagen toch niet zomaar binnen konden doorbrengen. Ik ging met Billy naar Guamote, waar er blijkbaar stierengevechten aan de gang waren. We vertrokken echter veel te laat en kwamen ook nog eens in een kilometerslange file terecht zodat het volk net terug naar huis begon te keren toen wij toekwamen. Jammer. Tien minuten later stonden we al in de gietende regen op de bus terug te wachten. We maakten er dan maar een filmavond van.
Ik vond de vakantie tekort en nam er dus maar een dagje bij. Terwijl woensdagochtend al mijn klasgenoten op de schoolbanken zaten, at ik pizza in Ambato. We maakten een toertje door de stad en bezochten het oude huis en de prachtige tuin van een bekende Ecuadoriaanse schrijver.
Het was een leuk verlengd weekend.
Er volgden twee saaie dagen op school maar zaterdag vertrokken we alweer op weekend. Gezelschap: Billy en mijn klimmersvrienden. Bestemming: Sigsipamba. Doel: klimmen en kamperen. We maakten er een avontuurtje van. Onze vrienden waren al ter plaatse. Billy en ik vertrokken met elk 10 dollar en zonder tent.
Zaterdag was een leuke dag. De rotsen waren moeilijk maar ik probeerde toch en het ging niet slecht.
De rest van de tijd gebruikte ik om het terrain te verkennen en een geïmproviseerde tent in elkaar te knutselen. Ik verheugde me al op het avontuur. ‘s Avonds trotseerde ik de rotsen in het donker en mete en koplamp. Het was super! Toen Billy en ik ons later met onze meegebrachte picknick in mijn zelgemaakte hol in de struiken terug wooden trekken, kregen onze vrienden medelijden en nodigden ons uit voor het avondmaal op het privéterrein waar zij zouden logeren. De uitbaatster had heerlijk gekookt en Santi betaalde het eten. Na de gezellige warmte zag Billy het niet echt meer zitten om in de donkere nacht onze tent van houten stokken en kapotgesneden plastiek te gaan zoeken en uiteindelijk bemachtigde hij een kamer in het huis van de eigenaar. Ik zag het avontuur aan mijn neus voorbij gaan en was eerlijk gezegd wat ontgoocheld, maar we zijn op zijn minst niet doodgevroren.
s’ Morgens was ik om onbekende reden verschrikkelijk slechtgezind en maakte dan maar een wandeling op mijn eentje door de prachtige natuur om tot rust te komen. Het had het gewenste resultaat. Ik had me er zelfs bij neergelegd dat Ecuadorianen zo vreselijk Ecuadoriaans kunnen zijn en ik daardoor mijn afspraak met de andere uitwisselingsstudenten miste.
We genoten nog van een lekkere picknick met chochos en tonijn en ik kreeg daarna toch nog een vleugje van het avontuur waar ik zo’n zin in had gehad. Thuis zien te geraken met 2 dollar elk terwijl we de ongeveer 6u durende busrit 8 dollar kostte.. Auto-stop dan maar. Met mijn splinternieuwe trekrugzak en oude vertrouwde stapschoenen voelde ik me als op hike met de scouts. Heerlijk. We deden er lang over, maar het is ons toch gelukt heelhuids thuis te raken.
Ik beleef hier de tijd van mijn leven!   

La Ruta del Sol.


-Januari-
Zaterdag zouden we om 7u ‘s morgens vertrekken richting Quito. De punctualiteit gaat er echter met de dag op achteruit. Rond 11u zaten we dan toch nog op de bus met splinternieuwe camera’s en een valies vol minirokjes, zonnecrème, bikini’s…
Ons plan om eerst nog “la mitad del mundo”, het midden van de wereld, te gaan bezoeken, kon wegens de vertraging niet meer doorgaan. Dus in plaats van de evenaar bezochten we dan maar een duistere bar waar we ons volpropten met shoarma en bier. Daarna gingen we nog even naar de kathedraal, die helaas gesloten was maar ook van buiten wel indrukwekkend genoeg om te zien.
Om 22u vertrokken we in onze privébus. De zon tegemoet.
Mijn eerste indruk : een vochtige warmte, bananenbomen en rond de auto dansende kustbewoners om 4u s’nachts. Door elkaar geschud en vermoeid door de nachtelijke rit zagen we ‘s morgens de zon opkomen. Door het regenseizoen zag alles er redelijk groen uit. We reden langs de typische houten vissershuisjes waar ze in hun hangmatten nog rustig lagen te snurken, een sterke geur drong mijn neus binnen en uiteindelijk… De zee! Het zien van die gemiste, lieve, immense, rustig deinende, prachtige, natte zee gaf me een vreugdevolle energie en na een bord roerei met brood verorberd te hebben liepen we dan ook direct op blote voeten over het vochtige zand, de oceaan in. Heerlijk! Het kriebelde tot in de toppen van mijn tenen! Aangezien het net geregend had lag het strand er wat verlaten bij, maar des te meer genoot ik van het uitzicht in de baai, de vissersbootjes, de sfeer… Puerto Lopez heette ons welkom.
In de namiddag nam de gids ons mee naar “Los Frailes”, een natuurpark met bijgelegen strand. Een prachtig, rustig strand. We speelden als kleine kinderen in de golven tot het zoute water onze neus en oren uitkwam. Daarna wandelde ik met Tuomo nog even tot aan de rotsen, de vreemde krabben bestuderend die in plaats van in de zee, in het zachte zand leven. Zelfs de krabben kunnen hier  niet gewoon normaal doen.
Na het avondeten konden we vrij genieten van de sfeer in het rustige dorpje.
We sloten de dag af in één van die gezellige coctailbars op het strand, genietend van een piña colada en Bob Marley.
Maandag brachten we de dag door op “Isla de la Plata”, een Klein eiland, een mini-galapagos. De natuur zag er op het eerste zicht wat droog en eentonig uit, maar hoe langer ik ernaar keek, hoe mooier het werd. Het is de thuishaven van o.a. “las patas azules”, vogels met helderblauwe poten die zodanig aan de mens gewoon geworden zijn dat ze je met verwonderde ogen en halfopen bek achterna blijven waggelen. Na een korte wandeling doken we de zee in, vergezeld door grote waterschildpadden. Ik had medelijden met die arme dieren, betutteld door een bende schreeuwende toeristen. Maar ik geef toe, het was leuk. Daarna kregen we de mogelijkheid om te snorkelen. Iets waar ik enorm van genoot! Als zee- en waterverslaafde leek het wel de hemel tussen al die gekleurde vissen en koralen. Wauw! Terwijl de rest al lang lagte zonnebaden op het dek van de boot, bleef ik mijn ogen uitkijken in die onderwaterwereld, tot we uiteindelijk terug moesten keren.
Terug in Puerto Lopez werd mijn humeur even wat bedorven door de geldproblemen die maar bleven aanslepen, maar een mooie wandeling op het strand bij zonsondergang maakte alles weer goed.
Dinsdag vertrokken we naar het beruchte Montañita. Hippyparadijs en partydorp. Redenen genoeg dus voor de organisatie om ons daar weg te halen voor de nacht viel. Tot ieders spijt, kregen we veel te weinig tijd om de hippykraampjes met zelfgemaakte souvenirs en accesoires te bezoeken, een pintje te drinken op het terras en om van het strand te genieten. Een vriend huurde een surfplank voor een uur. De golven waren niet echt schitterend en de plank werd te fel begeerd, maar het lukte me toch om twee halve golven te nemen en man, wat was ik daar gelukkig mee!
Die avond zelf nog reden we door naar Salinas. Helaas. Salinas is een grote stad met hoge witte gebouwen en een toeristisch strand, en heeft dus lang niet de charme van onze vorige bezoeken.
Woensdag begon de dag op een wat verlaten strand langs de weg. Als steeds genoot ik van de rust en de zee, maar de gids bleek het maar niets te vinden dus verplaatsten we ons al snel naar “ La chocolateria”. Een stenen uitloper van het land in de zee waar de wilde golven op de rotsen stuksslaan onder het trouwe toezicht van de vuurtoren. We maakten een wandelingetje en keerden terug. ( Niet aan te raden op blote voeten.)
De namiddag brachten we door op het strand in Salinas zelf. Niet veel te zien, maar op dat moment kwam eindelijk de code van mijn nieuwe bankkaart toe en dat maakte mijn dag goed!
‘s Avonds, na een prachtige zonsondergang, kregen we vrij, maar aangezien er weinig te beleven viel keerden we al gauw naar het hotel terug voor een gezellige fruitparty.
Donderdagochtend sliepen de meesten hun roes uit op het strand, waarna we afscheid moesten nemen van de zee en naar Guayaquil vertrokken. De grootste stad in Ecuador. We kregen ere en maaltijd van kip en rijst, iets wat de bergbewoners, die op zeevruchten of vis hadden gehoopt, de strot uitkwam en weigerden op te eten. Daarna bezochten we een stadspark, dat vreemdgenoeg niet door duiven, maar door leguanen werd bewoond. Onze city-tour eindigde op de dijk, met uitzicht op de brede rivier die de stad doorkruist. We bezochten enkele monumenten, maar toen we een Mac Donalds passeerden en er 8 Amerikaanse ogen begonnen te blinken die gewillig door de rest van de groep werden gevolgd, verloor de gids haar gezag.
Vrijdag,    , einde van de reis.
We bezochten nog een historisch park, met enkele exotische dieren en planten, antieke rijkeluishuizen en een ethisch museumpje, tot we ons uiteindelijk in de bus moesten accomoderen voor de 10u durende rit richting Sierra.
Zaterdag bleven we nog wat in Quito rondslenteren. Deze keer was de kathedraal wel open en we beklommen de toren voor een uitzicht over de uitgestrekte stad.
Terug in Riobamba ging ik met Tuomo nog een biertje drinken in Billy’s versgeopende bar, tot ik uiteindelijk tussen het volk op de zetel in slaap viel.
Zondag was het tijd voor wat rust. Ik sliep tot de middag, waarna mijn familie me uitnodigde voor een namiddagje Baños. We bezochten de aguas termales, natuurlijke warmwaterbronnen. En ik kan het je verzekeren, dat water ik heet! Om af te koelen zet je je daarna gewoon even in het ijskoude bad, tot je bibberend weer naar de hitte verlangt en zo gaat het maar door. Enorm relaxerend en verschrikkelijk afmattend. Ik zat nog geen twee minuten in de auto en viel als een blok in slaap.
De rest van de maand verliep rustig, min of meer normaal. Ik heb elke dag wel iets te doen, in tegenstelling tot het leven in mijn vorige gastfamilie. Skip af en toe een dagje school, prober mijn hobby’s weer op te vatten, hang vaak in Billy’s bar rond of ga met mijn vrienden een conopizza eten. Op zondagen gaan we meestal op stap met de familie. Een uur in de auto om diezelfde chocho’s te eten die ze ook naast je deur verkopen. Maar het is telkens gezellig.
De laatste zondag van januari trokken we iets verder, namelijk naar Puyo, in “El Oriente”. We gingen niet echt tot in het woud, maar parkeerden ons bij een recreatieve rivier voor een picknick van rijst met tostada, brood met kaas. Daarna doken we allen het water in. Allen, behalve de oma. Die hadden we meegebracht om op de auto te letten. Het was een leuke namiddag. Zwemmen, van de rotsen springen, een douche nemen onder de waterval en ons kapotlachen met Johannes, onze Duitse vriend.
Ja, het leven is mooi!
Toch kan het niet anders dan af en toe ook eens tegenslag te hebben. En dat kwam er dus ook van. Op een duistere avond in een verlaten buurt, toen ik net van de bank kwam om een vriend mijn camera terug te betalen. Ik trek de dieven blijkbaar aan…
De twee donkere gestalten kwamen plotseling van om de hoek. Voor ik wist wat er gebeurde had er zich een sterke hand rond mijn arm geklemd en werd ere en groot keukenmes op mijn buik gericht. Ik moest mijn gsm afgeven. Billy gaf de zijne en werd verder met rust gelaten. De mijne was echter eerder al gestolen geweest, maar dat konden ze blijkbaar niet geloven en toen begonnen ze maar zelf in mijn tas te zoeken. Weer 200 dollar armer. Pff.
Ik was geschrokken, stond nog even op mijn benen te trillen en met een lege blik voor me uit te staren, maar besefte uiteindelijk dat we geluk hebben gehad. Thuis kreeg ik nog allerlei gruwelverhalen te horen. Ik doe in het vervolg wel wat voorzichtiger.
Een ietswat mindere afsluiten voor deze tekst, maar toch, het leven blijft mooi! Ik ben gelukkig.

Feliz Navidad en een Happy New Year..


-December-Januari-
Kerstvakantie zonder dikke jas, zonder sjalen of  mutsen. Mensen zonder wolkende  adem, zonder natte neus of rode wangen. Een stad zonder kerstmarkten, glüwein of jenever.
Kerstdag zonder familie. Nieuwjaar zonder cava…
Het is toch niet hetzelfde.
Al enkele weken hoor ik het woord Navidad (Kerstdag) vallen. De straten worden verlicht door fluoricerende neonlampen in vloekerige kleuren.   De stad is versierd met plastieke kerstbomen en met lucht gevulde sneeuwmannen . Toch heb ik me nooit echt in de sfeer  gevoeld. Hoe zou het ook kunnen? Zwetend in de zon, omringd door kerststalletjes waar Jezus vergezeld wordt door walvissen en pokemons en kijkend naar optochten die meer aan een carnavalstoet doen denken dan aan wat anders.
Het is een mengeling van culturen, maar ik kan het maar niet uit mijn hoofd krijgen dat dit alles een fake indruk geeft.
Woensdag, 21 december hadden we een kerstdinner bij Cecilia, de yfu-verantwoordelijke, thuis. Overdag hadden we samen met de andere uitwisselingsstudenten twee taarten gebakken en een leuke namiddag gehad. 
De avond zelf was iets minder. Niemand heeft de arearep eigenlijk echt graag en met de gastouders erbij voelde het alleen maar ongemakkelijk aan. Er waren enkele families met een excuus van afgekomen. Ellens vier ouders moesten op het laatste moment nog wat papieren in orde brengen op school en Tuomo zijn moeder kon het huis niet alleen laten want ze probeerden net in te breken.
Bij gebrek aan een gespreksonderwerp begon Cecilia  met haar hond te praten. Een mislukte poging om aan de onaangename stilte te ontsnappen. Het eten was echter wel lekker en toen mijn vrienden en ik ons in de keuken hadden teruggetrokken en onze ingehouden lach zijn gang lieten gaan, viel het allemaal wel mee, maar toch waren we allen blij toen de deur  achter ons dichtsloeg en we naar huis konden vertrekken.
De 23ste volgde een etentje met de klas. Allen bewerkt met stijltangen en schmink, zorgvuldig in galakleedjes en maatkostuums gestoken. Daar stond ik dan in mijn ruitjeshemd. Ik moet iets verkeerd verstaan hebben.
Al blijft mijn relatie met de meeste van mijn klasgenoten bij een korte beleefdheidsbabbel op school, en kom ik slechts met enkelen goed overeen, toch was het een gezellige avond. En het eten heeft met heerlijk gesmaakt!
Het was een mooi ingericht zaaltje en we gaven elkaar cadeautjes. Ik was een beetje beschaamd om het mijne. Van de rijke westerling zullen ze wel iets zots verwacht hebben, maar aangezien ik voor het moment zonder geld zit heb ik het bescheiden moeten houden. Ahja..
Mijn klasgenoot had haar 1,5 jaar oude dochtertje meegebracht en ik keek gefascineerd toe hoe ze het met messen liet spelen en sangria liet drinken. Blijkt hier normaal te zijn. Ik heb het al vaker gezien. De tieners moeten braafjes thuis blijven maar als de ouders op pas gaan nemen ze hun baby’s mee tot een gat in de nacht.
Er werd nog heel even gedanst en toen  om 23u iedereen naar huis vertrok kwam Billy me halen om nog wat te gaan drinken met vrienden. Ik heb me al lang niet meer zo vrij gevoeld!
De 24ste zijn we gaan klimmen. Op kerstavond deden we niets. Mijn gastfamilie trekt zich niet veel aan van de kerstdagen en komt eigenlijk ook gewoon geld tekort om iets te organiseren. Ze hadden me trots verteld dat ze een dinner zouden houden, maar de dag ervoor hadden ze minder meubels verkocht dan gepland was en het etentje ging dus niet door.
De 25ste liepen Billy en ik over straat, denkend wat we zouden kunnen doen, toen we uiteindelijk zijn neef en vrienden tegenkwamen, die zich zigzaggend voortbewogen met de fles in de hand. Ze nodigden ons uit voor een barbecue op het platteland, in het huis van vrienden. Enkel de neef was ervoor uitgenodigd en toen de gastvrouw ontdekte dat hij nog een bende van 8 personen achter zich aansleepte trok ze even haar ogen op, maar ontving ons allen even vriendelijk. We aten, dronken, praatten, speelden voetbal en volleyball…  Als op een mooie zomerdag.
Zo heb ik toch nog van Kerstmis genoten.
‘s Avonds gingen we met de familie naar een concertje. Volkser kon het niet, heerlijk! Traditionele  muziek, een grasveldje een bier. Van peuters tot bejaarden werd er wild in het rond gedanst. Wij kwamen enkel een kijkje nemen, maar met een vriendin als Soetkin erbij had ik me er zeker tussengesmeten.
De volgende dag zouden we vroeg in de ochtend naar Cuenca vertrekken. Liisa en ik. Op bezoek bij de Hongaarse Gabriëlla. Ik had alles echter weer veel te laat geregeld en kon uiteindelijk pas  ‘s avonds vertrekken. Ik kwam rond middernacht toe in het station, waar ik werd opgewacht door de supervriendelijke gastfamilie van onze vriendin.
Dinsdagochtend wandelden we door de mooie rustige straten van Cuenca, aten fruitsla, bezochten een museumpje, kerken en de kathedraal. Prachtige stad, al had ik meer het gevoel in Spanje terecht te zijn gekomen dan in Ecuador. In de namiddag werden we opgewacht door vrienden van Gabriëlla. Rijke snobs die ik al snel beuraakte maar ze lieten ons een plek in de bergen zien en brachten ons ‘s avonds naar een uitkijkpunt voor een mooi zicht over Cuenca by night. Zo heb ik weer een stukje meer van dit prachtige land ontdekt.
Later aten we nog een pizza en gingen dan moe maar voldaan naar huis, om woensdag vroeg uit de veren te kunnen.
De reis ging die dag naar Incapirca. Een site als Machupichu in Peru, maar dan kleiner. We bezochten de ruïnes van de oude Cañari- en Incabeschaving, zagen de Incahoofdrots, en deden nog een toertje in het museum. We aten choclo met kaas en vlees en kochten wat souvenirs. Het was de moeite waard..
‘s Avonds dronken we een pintje en rookten we een waterpijp in een gezellige bar. Daarna verplaatsten we ons naar een chique lounge voor een Cuba Libre for free, aangezien de eigenaar een andere snobvriend van Gabriëlla was. Het was gezellig.
Het ging er nogal Europees aan toe, maar zo leerde ik ook eens het leven van de rijke Ecuadoriaanse jeugd kennen.
Donderdagochtend lieten de gastzussen van Gabriëlla ons de stad zien. Supervriendelijke mensen. We bezochten een etnografisch museum, een mooi park met nog meer Incaruïnes, een typische Panamaheadwinkel,  kerken en het beste ijskraam van Cuenca met smaken als bier, champagne, wijn met peer…
Je zou nog verliefd worden op die stad.
‘s Avonds werden we uitgenodigd voor een feestje in dezelfde lounge als de dag ervoor. Gratis ingang, gratis drank. Dat kon niet goed komen. De avond begon gezellig drinkend met de neven en de nichten van de eigenaar, later liep de dansvloer vol. Aangezien de mensen hier te goed kunnen dansen naar mijn zin en mijn oude verlegenheid weer is opgestoken als gevolg van te weinig uitgaan, leek het me beter dat Liisa me eerst even danslessen gaf en de nacht ging dus al heupwiegend in de wc’s in. Toen de alcohol me wat naar het hoofd begon te stijgen mengde ik me onder het volk. Het was een leuke avond.
De volgende ochtend stonden we echter op met hangende hoofdjes en een kater van jewelste.
We maakten nog een toertje in de stad om dan rond de middag te gaan eten bij de oma en opa van Gabriëlla. Ongeveer de hele familie was er aanwezig. We zeiden niet veel, maar ik luisterde met plezier naar de gezellig kletsende bende. Een supervriendelijke Latijs-Amerikaanse familie.
Na het eten namen we hartelijk afscheid en werden tenslotte naar het busstation gevoerd…
Zaterdag was het al oudejaarsavond. Ik dacht een beetje nostalgisch aan België, aan mijn vrienden en familie die al 6uur eerder hadden afgeteld. Het is wat laat maar bij deze dus aan iedereen een gelukkig nieuwjaar!
Ook hier was de nodige sfeer aanwezig. We aten een ietswat armzalig maal in het kleine huisje van de oma. Choclo met zout (soort maïs). Maar ik genoot ervan. Daarna vertrok ik met Billy en een neef om een toertje te doen met de auto. Er kwamen steeds meer mensen bij. Maar toen het kleine autootje gevaarlijk begon te piepen onder het gewicht van 7 mensen werd de 8ste uiteindelijk toch geweigerd. De stad zag er aanlokkelijk sfeervol uit. Mannen verkleed in vrouwen dansten verleidelijk tegen de auto’s aan en op alle hoeken van de straten stonden zelfgemaakte poppen klaar om verbrand te worden. Alweer die vreemde gewoonten. Na een flesje tequila keerden we allen naar de familie terug om samen het magische 00u-moment te vieren. De mijne vonden we in de hoofdstraat, gezellig kletsend en dansend. Er ontbrak ons een deftig horloge, maar ongeveer rond middernacht wensten we iedereen een gelukkig nieuwjaar, gaven elkaar een dikke knuffel en verbrandden de pop, waarbij al het kwaad uit het voorbije jaar verbrand zou moeten worden om het nieuwe jaar zuiver in de gaan. Je ziet ze in alle kleuren en maten, van vogelverschrikkerachtige poppen die het ondeugende zoontje voorstellen tot drie meter hoge smurfen. Velen steken er dagen werk in, maar in enkele minute worden ze volledig in elkaar geslagen en opgebrand, waarna de mensen er zo opgelucht uitzien alsof ze net een zware crimineel in de bak hebben gedraaid.
De rest van de nacht bracht ik door met Billy en zijn vrienden, drinkend in het park tot 5u in de morgen, aangezien we geen geld hadden voor de discotheek.
Zondag 1 januari. We aten encebollada, een heerlijke vissoep, een feestmaaltijd. De rest van de dag brachten we kletsend op de patio door, met het zonnetje en een pintje erbij.
Ook 2 januari begon zo, bijna de hele familie bij elkaar deze keer. Heerlijk! Welcome to the Ecuadorian life! Later vertrokken we voor een toertje in de auto met z’n allen. We redden naar Guano, aten chola’s en keerden terug..
Dinsdag 3 januari begon de school terug. Helaas. Maar woensdag heb ik dit toch maar even geskipt. Ik was te laat gekomen en aangezien ze je hier niet binnenlaten zonder ouders of voogd om een veklaring te geven voor de vertraging, en ik deze niet wilde lastigvallen, stond ik maar wat rond te draaien op straat, hopend dat ze uit medelijden toch de poort nog zouden opendoen. Op dat moment passeerde echter een vriend, die me uitnodigde voor een ontbijt. Achja, waarom ook niet?
Na het eten pikten we een tweede vriend op en ze brachten me naar enkele dorpjes in de buurt die ik nog nooit eerder had gezien.  We bezochten ook een kerk. Zonder wat te zeggen opende Luis plots een luik in de vloer en we daalden af op de koude, stenen trappen, tot ik bijna een gat in de lucht sprong bij het zien van een menselijk skelet.  We waren in de  catacomben terechtgekomen. Spannend! Toen we weer boven kwamen bleek de kerkpoort gesloten te zijn, maar gelukkig was de bewaker nog niet te ver uit de buurt om ons gebonk te horen en liet ons eruit. Einde avontuur.
Donderdag werden we allen bij Cecilia verwacht om de nieuwe uitwisselingsstudent te verwelkomen. Janko. Uit Begië! Het deed goed om eens een Belg te zien die nog niet vervormd is door de Ecuadoriaanse cultuur en die ik bovendien al eens eerder had gezien. Ook kon ik weer even Nedelands praten, al moet ik toegeven dat ik af en toe al moet zoeken naar de woorden in mijn eigen moedertaal.
Vrijdag 6 januari. Driekoningen bij ons, Rey de Reyes hier. En daarbij ook de laatste dag van de kerstperiode. Het lot was me echter niet bepaald gunstig gezind die dag. Toen we naar een stoet stonden te kijken en Billy me net waarschuwde voor dieven, bleek mijn camera verdwenen te zijn. Billy had gezien wie het was, greep haar bij de arm en we brachten haar naar de politie. Maar ze had hem waarschijnlijk al doorgegeven aan iemand anders en omdat de politie hier zo lui en corrupt is als de pest konden ze ons niet helpen.
Ik zei nog dat ik liever had gehad dat ze mijn gsm gestolen zouden hebben in plaats van mijn fototoestel. Ik was al mijn foto’s sinds november kwijt.
Karma is a bitch! Een halfuur later stalen ze mijn gsm. Ahja, ik probeerde mijn gemoed er niet door te laten bepalen en genoot later op de avond van een concert waar tuomo optrad. We ontmoetten ook Johannes, aka Juan, mijn Duitse vriend die voor 2 maanden naar zijn land was teruggekeerd voor een operatie en nu weer in Ecuador is. Met hem gingen we na het concert nog even naar de discotheek. Het lukte me niet echt in de danssfeer te raken, maar het was een leuke nacht.
Zaterdag zou ik met mijn vrienden naar het circus gaan, maar dat bleek al verdwenen te zijn en dus gingen we maar lekker Mexicaans eten.
s’ Avonds werden we uitgenodigd op een familiefeest. Iedereen danste, in paren. Na even wat beschaamd langs de kant te blijven zitten, waagde ik me uiteindelijk toch ook enkele pasjes op de dansvloer.  Daarna vertok ik even met mijn zussen en hun liefjes naar een bar, maar de sfeer brak er niet echt los. Terug op het familiefeest bleken enkel de dronkaards overgebleven te zijn. We bleven nog even, maar uiteindelijk bleek het ons toch beter om billy naar huis te voeren en dan zelf ook maar te gaan slapen.
Zondag, familiedag. We besloten naar de warmwaterbronnen te gaan in Chambo. Een uur rijden, om daar toe gekomen te beslissen dat ze toch maar niet zouden gaan baden. Vreemde Ecuadorianen. We aten chochos met tostada in de auto en keerden terug. Maar de rit was mooi. Op naar Guano, voor een ijsje en een chola, om daarop weer terug te keren naar Riobamba.
Un zit ik weer schoolbanken te verslijten, iets waar ik zo stilaan genoeg van begin te krijgen. Maar ach, ik heb ervoor gekozen en er blijft genoeg vrije tijd over om leuke dingen te doen. Volgende week vertrek ik trouwens naar de kust. “Ruta del sol”. De zee eens een bezoekje brengen. Eindelijk! Je hoort me daarover nog wel…
               

La Nueva Familia..

-December-

Het is lang geleden dat ik iets van me heb laten horen. Het spijt me daarvoor, maar de laatste maanden werden mijn hersenen volledig in beslag genomen door problemen in de familie.
Het was al een tijdje bezig, maar sinds de week voor onze reis naar het amazonewoud ging het steeds slechter. Ik zou pagina's vol kunnen schrijven over wat foutliep, zowel over mijn als over hun gebreken. Maar ik zal jullie daar niet mee lastigvallen. Het komt er op neer dat ik me niet goed voelde in de familie. De hoofdreden was gebrek aan communicatie, al vond ik dat ik wel mijn best deed. Maar wees gerust, ik ben nooit echt ongelukkig geweest. Door mijn vrienden en mijn vriendje, Alex aka Billy, bleef ik in mezelf en de dingen geloven.

De weken na onze reis bracht ik veel tijd in het huis door. Ik kreeg geen toestemming meer om te gaan klimmen en zowel de danslessen als de practicas waren afgelopen. Bovendien durfde ik niet teveel meer vragen. Ik kwam dus zonder vaste activiteiten te zitten. Maar dat wilt natuurlijk niet zeggen dat ik niets meer deed. Veel tijd bracht ik door met Billy, die me hielp een nieuwe familie te zoeken, aangezien onze arearep. daar niet veel zin in bleek te hebben. Of met de andere uitwisselingsstudenten, waarbij ik steeds mijn hart kan luchten of frustraties kan delen. En we lachen erom.
We hebben zowel Thanksgiving als de Finse onafhankelijkheid gevierd, met een Amerikaans en een Fins dinner dat we met de nodige improvisatie zelf in elkaar geknutseld hadden. Altijd lachen geblazen als we samen zijn.
Verder hebben ze overlaatst het eerste shoppingscenter in de stad geopend. Een wandelingetje in het complex is nu zo ongeveer de populairste activiteit in Riobamba geworden. Aangezien het voor de meesten bij kijken blijft omdat ze het geld niet hebben om er ook maar een onderbroek te kopen vind ik dat echter al even nutteloos als de toertjes zonder doel die ze maken in de auto door het centrum. Het enige grote voordeel van het shoppingscentrum is dat er ook een cinema te vinden is. Iets wat door ons, Westerlingen, toch wel wat gemist werd en ik ben er dus al twee keer een film gaan kijken.
Er was een vrijdag dat ik ben gaan voetballen met mijn Franse vriendin Fleur en de hospitaalmensen. Eindelijk wat beweging, heerlijk! Om wat aan de spanning van het gezin te ontsnappen zou ik die avond bij Liisa gaan slapen en we maakten van de gelegenheid gebruik om allen samen naar het concert van een van de populairste Latijns-Amerikaanse zangers van het moment te gaan. Het was duur voor wat het was, maar ik heb er van genoten.. 'Una vida de perro, vida de soltero...'
De zaterdagen was ik trouw aanwezig geweest in 'Campo de Acciones'. De ene week hebben we op kampvuren en in zelfgemaakte ovens gekookt. Ik heb ervan geleerd en genoot achteraf van de stank in mijn vuile kleren. Hmm scouts..
De andere week bleef het bij enkele flauwe spelletjes en de rest van de ochtend moesten we schuilen voor de uitbarstende vulkaan, Tungurahua. Geen paniek, we leven allen nog. Een spectaculair verhaal over stromende lava en vallende rotsblokken zou zwaar overdreven zijn, maar er viel wel degelijk iets uit de lucht. Een zwarte stof die ongezond bleek te zijn voor de longen..
De week erna zouden we met de hele groep gaan camperen. Mijn arearep. heeft me echter niet zo graag en ik kreeg geen toestemming om te overnachten in een veld dat op 20 minuten van mijn huis ligt. Helaas.
Ik heb die zaterdag dan maar samen met de andere uitwisselingsstudenten Ellen's verjaardag gevierd in de pizzaria.
Tenslotte heb ik me twee zondagen laten verleiden om mee te gaan met mijn klimvrienden, de wijde wereld in. De eerste keer liep het uit tot een redelijk avontuur. Ik was nog geen meter hoog of het begon te stortregenen. En klimmen op natte rotsen is niet bepaald aan te raden. We lieten alles voor wat het was en schuilden onder een overhangende rots. Een pintje, een koekje en het prachtige panorama van de groene vallei die binnen de kortste keren onder witte hagel bedolven werd. Ik kan niet ontkennen dat het gezellig was. De muscettons waren echter blijven hangen en aangezien het niet meer mogelijk was om de muur te beklimmen klommen we, toen het ergste van de storm voorbij was, op handen en voeten langs de stijle flank van de berg naar boven. Vervolgens bonden we het ene eind van een touw rond mijn en Billy's middel, het andere eind om dat van George. En zo liet die laatste zich langs de rots naar beneden zakken om alles op te halen. Twee gewichten tegen een. Een verkeerde beweging en we lagen allen de dieperik in.Maar het is ons gelukt! Allen weer veilig op de grond begonnen we aan de terugweg. Koud, op blote voeten en kletsnat, terug naar de bewoonde wereld. Veel zin om op de bus te wachten hadden we echter niet en naar gewoonte gingen we dus met auto-stop. De eerste wagen vlamde zonder stoppen voorbij. En gelukkig, want toen we later onderweg waren in de volgende auto, dicht bij elkaar onder de poncho van George en lachend om het in plastiek opgerolde hoopje indianen waarmee we de achterbak deelden, moesten we plots bruusk stoppen om niet op een  in de prak gereden auto te vlammen. De auto die niet voor ons was gestopt. Mijn hart begon te bonzen bij de gedachte dat ik wel eens mijn redderskennis zou moeten bovenhalen, maar vreemdgenoeg waren de chauffeur en de passagiers verdwenen. De auto werd omgedraaid door enkele hulpvaardige handen, maar raakte niet snel genoeg langs de kant. Er volgde een kettingbotsing van twee bussen en een auto. Geen doden, misschien enkele lichtgewonden en wij kwamen er met een schok vanaf.
We vervolgden onze rit in een andere aanhangwagen. De regen was plots niet grappig meer, maar nat en koud.
[...]
 Ik wil even duidelijk maken dat dit bericht al maanden klaarstaat om afgewerkt te worden, maar ondertussen ben ik de originele tekst kwijtgeraakt en ik vertrouw mijn geheugen niet wat de kleine details betreft. Ik zal het dus niet te lang meer maken.
Het komt erop neer dat ik van gezin veranderd ben. Ik wou er al lang weg en toevallig kreeg ik via via te horen dat zij het ook niet echt meer zagen zitten. Dat ik het niet uit hun eigen mond, noch uit die van mijn arearep. moest horen zorgde voor nog wat frustratie erbovenop. De laatste weken in mijn eerste familie werd er geen woord meer gewisseld, tot de bom barste en alles er in een keer uit werd gegooid. Het verwonderde me, maar die uitbarsting had een goed resultaat. Het werd een vlot gesprek, we kwamen overeen dat het beter was dat ik veranderde van gezin. We pasten niet bij elkaar en ik zou gelukkiger zijn ergens anders. Ik zou altijd welkom zijn als ik iets nodig had, of gewoon als ik zin had om te komen eten en gezellig te kletsen. Vrede.
De laatste week verliep rustig. Ik had respect voor die mensen, en was blij dat we als vrienden uit elkaar zouden kunnen gaan. Na veel regelingen, heen en weer gebel en een duwtje in de rug bij de luie Cecilia was het uiteindelijk zo ver. Volledig onverwacht werd ik opgebeld. Ik moest direct mijn valies maken en zou die nacht bij de arearep slapen. De moeder had de kamer nodig, ik moest daar onmiddelijk weg. Niet begrijpend keer ik naar mijn gastmama, die boos haar hoofd schudde. Cecila is niet alleen lui, maar ook een leugenaarster. Een vijand van een vijand maakt een vriend. De mama nodigde me uit om in de familie te blijven tot alles geregeld was met mijn nieuwe gezin. Toen de tranen van verwarring bij iedereen gedroogd waren en de kalmte terug was gekeerd dronken we samen thee, en ja hoor, we hadden zelfs iets om over te babbelen die avond.
Twee dagen later was het moment dan uiteindelijk toch aangebroken. Afscheid van de familie, van het huis, de kamer.. Ik had er al lang naar uitgekeken maar had het dat moment toch even moeilijk. Ik had gehoopt op een mooi afscheid, maar zowel de zus als de broer gaven me een vluchtige knuffel en moesten dan ergens naartoe. De papa heb ik zelf helemaal niet meer gezien. Van de mama kreeg ik, ironisch genoeg, nog de hartelijkste gelukwensen en de dikste knuffel. Ze zou me de volgende donderdag bellen om samen iets te gaan doen. Ik heb haar nooit meer gehoord.
Maar goed, na al deze drama, mijn nieuwe familie, eindelijk! Ongewild en via enkele omwegen ben ik uiteindelijk terecht gekomen in het gezin van mijn vriendje. Twee ouders, een oma, drie zussen van rond de 20, een broer van 15, Billy zelf en een papegaai. Het huis is wat armzalig, de mensen zitten tot over hun oren in de schulden en hebben geen geld, maar.. Ze zijn fantastisch! Supervriendelijk, warm.. De Ecuadoriaanse familie die ik in mijn gedachten had gehad voor ik hier kwam. Ik voelde me er direct thuis. Ik krijg alle vrijheid die ik maar wil hebben, maar in dit gezin vind ik het zelfs leuk om af en toe gewoon thuis te blijven. Gezellig samen op de patio in het zonnetje niets doen, kletsen of patatten schellen. Heerlijk.
In de tweede nacht wel al een tegenslagje gehad. Toen ik rond drie uur 's nachts, na de nonkel geholpen te hebben op een feest, toekwam in de werkplaats waar ik met Billy zou slapen bleek er ingebroken te zijn geweest. Met ingehouden adem liep ik achter mijn vriendje aan, die er voor de veiligheid een hamer had bijgenomen. De dieven waren echter al verdwenen. Mijn rugzak ook. Ik vond mijn kleren even later terug maar de trekzak zelf, mijn Ipod, mijn portefeuille met alles erin, geld, bankkaart... waren gestolen. Helaas. Ik voelde me vooral verdrietig om de emotionele dingen die erin hadden gezeten, maar eigenlijk was het ergste dat ze zo ongeveer alle kleine werktuigen van de papa hadden meegepakt. Nog eens 3000 dollar schulden erbij. En die mensen blijven maar in god geloven...

Dat was het zo ongeveer. Korte samenvatting: ik ben blut en doodgelukkig.