4 september 2011.
Week twee in Riobamba, hartje van Ecuador.
Mijn rustige leventje gaat door en ik raak er al goed aan gewend. De mensen, de taal, de cultuur, de omgeving... Ik denk tenminste al niet meer dat de straatverlichting in de bergen vreemde sterren zijn.
Het Spaans klinkt me steeds vertrouwder in de oren. Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik de gesprekken van die kwetterende Ecuadorianen kan volgen. Maar meestal weet ik gewoon waarover het gaat, niet wat er juist gezegd wordt.
En het gebeurt natuurlijk ook dat ik er volledig naast zit. Zo kwam mijn gastbroer deze namiddag in belachelijke kleren mijn kamer binnen en zei iets waaruit ik de woorden accompagnar ( vergezellen) en agua (water) kon opmaken. Ik dacht dat we gingen vissen ofzo en maakte me klaar. Bleek dat we de auto gingen wassen. Helaas.
Maar het gaat hier steeds beter en ik voel me goed in mijn vel. Zit allesinds geen hele dagen meer thuis.
Woensdag ben ik naar het centrum gewandeld. Alleen. Het is van thuis uit ongeveer een halfuurtje stappen en een beetje beweging deed me goed. Maar na wat in de winkels rond te hangen begon ik me zorgen te maken over wat de familie zou zeggen. Ik had niet duidelijk laten weten dat ik zo lang weg zou blijven en haastte me terug. Er bleek geen probleem te zijn. Ze waren niet ongerust geweest, enkel onder de indruk dat ik helemaal te voet was gegaan. Bovendien was de lievelingshond van Karla verdwenen. Drama!
Ik heb voorlopig het gevoel dat ik genoeg vrijheid krijg en daar ben ik blij om.
De volgende dag wou de neef, Cesar, zich niet laten kennen en wandelde mee. Met de paar woorden Spaans die ik ken lukte het om enkele zinnen in elkaar te knutselen en een gebrekkige conversatie op te bouwen. Maar eenmaal in zijn (tweede) huis werd het gesprek voortgezet via google translate. Grappig... Totdat we onszelf in een wirwar van verkeerd opgevatte vragen, foute vertalingen en misverstanden hadden gewerkt en beiden met een rood hoofd terug naar huis afdropen. Met de bus deze keer.
Hij zou me de volgende dag oppikken om la Colta te bezoeken. Een meer dat blijkbaar de moeite is. Ik had eigenlijk niet veel zin om alleen met hem te gaan maar wou maar al te graag die plek zien.
Drie keer heb ik om 9u klaargestaan. Een keer om samen te gaan lopen en twee keer om naar la laguna (het meer) te gaan. Drie keer kwam hij niet opdagen. Uiteindelijk heb ik het opgegeven.
Ja, die mañana mañana cultuur leeft hier wel. Ik zou ook al vier keer gaan zwemmen zijn. Niet dus.
Maar plots is het: 'Vamos', en dan spring je in de auto zonder te weten of je twee straten verder een pot verf gaat kopen of de hele dag weg bent.
Vrijdag was het weer zover. Ik stond rustig mijn kamer te schilderen maar plots moesten we foto's gaan trekken voor weet ik veel wat. Dingen voor yfu, de andere uitwisselingsstudenten uit Riobamba waren er ook. Het was leuk om wat bij te praten. Mijn gastmoeder brabbelde wat over la noche en ik begreep dat ik de dag weer bij de area rep. (yfu-verantwoordelijke) zou doorbrengen. Zij was echter alleen thuis en omdat ze wou dat ik met iemand kon praten dropte ze me bij het meisje uit Estland. Geen probleem! We hingen wat rond in het centrum, aten kip met frietjes (er zijn hier gemiddeld drie pollo-restaurantjes per straat), en gingen daarna naar haar huis.
Ze heeft een zalig gezin! In theorie is er alleen een mama, een oudere dame. Maar onder hen woont de neef met zijn vader en de hele familie komt constant op bezoek. Zo stonden er op het moment dat ik binnenkwam drie nichten, twee neven, een oma, drie vaders, een nonkel en twee kindjes in de keuken om koekjes te bakken voor de verjaardag van de kleinste. Daartussen scharrelde de doofstomme meid wat rond en lachte geregeld haar twee tanden bloot. Super!
Die typische latijns-amerikaanse warmte mis ik soms in mijn gezin. In dat opzicht zijn ze misschien net iets te 'Belgisch'. Maar ik mag niet klagen!
Gisteren zijn we naar de zaterdagmarkt geweest. Een grote traditionele markt met alle soorten groenten en fruit die je je maar kunt inbeelden. Mijn zielige roze kodakje heeft helaas niet de capaciteit om vast te leggen hoe indrukwekkend ik het daar vond maar ik heb toch wat foto's getrokken en zal die wel eens op facebook zetten.
Op de terugweg zag ik nog wat op hun geheel gebraden varkens en cavia's aan het spit. Ik heb het nog niet geproefd maar dat komt wel.
's Avonds nam Karla me mee 'to hang around with some friends in the centre'. We vertrokken met haar oudere neef en nicht en ik had weer geen idee wat er zou gebeuren toen we plots naar het volgende stadje Guano reden. We bleven midden op straat staan om wat te kletsen met de vrienden in de auto naast ons en gingen vervolgens fritadas eten. Iets waar Guano blijkbaar bekend om staat. Geen frieten, zoals de naam ons zou doen vermoeden, maar gebakken banaan en stukjes varkensvlees. Je moest door de keuken lopen (een rooster met drie potten) om in een zaaltje te komen dat evengoed een versleten schoolrefter kon zijn. Maar het was heerlijk!
Toen reden we terug naar Riobamba (??), kochten een fles tequilla en gingen die opdrinken op een parking tussen twee koeienweiden. Beide auto hadden ingebouwde boxen in de koffer en ik voelde me een heel klein beetje als met een bende Johnny's op schok. Maar het was wel gezellig. Omdat het al een paar uur donker was had ik het gevoel dat het een gat in de nacht moest zijn. Zo vreemd zou dat ook niet geweest zijn, aangezien we aan de tequilla bezig waren. Ik verschoot dus nogal toen we aan het einde van de fles zaten en iemand me vertelde dat het 21u was. Ik verschoot nog harder toen we daarna blijkbaar nog naar een familiedinertje moesten. Rare volgorde van de avond. Het was een heel klein beetje saai en ik was doodop. Ik was blij om mijn bed te zien.
Vanmorgen zijn we naar het kerkhof geweest. Naar het graf van Eliana, de gestorven dochter uit mijn gezin.
Het ziet er hier allemaal veel luchtiger uit. Verzorgd en rommelig tegelijk. De mensen versieren hun graven vol kleurijke bloemen maar gooien het afval op de lege plaatsen er naast. In plaats van apparte grafstenen is het hele kerkhof volgebouwd met witte muren, waarin elke kist een plaatsje krijgt. Er is waarschijnlijk plaats tekort.
Karla en Santi moesten enkele spectaculaire manoeuvres uithalen om op de muur te klimmen en de bloemen voor hun zuster te verversen. Eigenlijk wel een komisch zicht. Er werd gelachen ook. Maar toen het hele gezin op een rijtje ging staan en de stilte als een domper over hen heen viel moest ik toch ook wel even slikken.
Daarna gingen we inkopen doen. Gewoon, in een heel normale supermarkt. Ze hebben hier zelfs Nutella. Dat vind ik soms zo vreemd. Daarbinnen zou ik nog kunnen vergeten dat ik in een ander land zit. Maar een stap buiten en je ziet weer die typische kraampjes, traditionele indianen enzovoort.
En dat is niet alleen het geval met supermarkten. Je hebt hier westers en typisch Ecuadoriaans, arm en rijk,... allemaal naast elkaar.
Nu ben ik juist terug van een indianendorp. Wat mijn gastouders juist van plan waren weet ik niet maar ze waren waarschijnlijk wel de weg kwijt. En zo kreeg ik een van de uitzichten te zien waarvoor ik hier gekomen ben. Het primitieve plattelandsleven in de bergen onder het toezicht van de trotse Chimorazo. Prachtig.
Nu moet ik dringend gaan slapen want morgen is mijn eerste schooldag. Ik moet om 6u op!
Het schijnt een redelijk zware school te zijn. Ik ben benieuwd!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten